Tuesday, June 29, 2010

Van zwemmen in de Trevi fontein en van roken tijdens de zwangerschap

Zie ik het goed? Zwemmen er kinderen in de Trevi fontein? Ja, ik zie het goed. Een groep kids klautert op de beelden. De een springt van de rotsen in het water, de ander zit op een marmeren paard. En niemand die er wat van zegt. Geweldig.

De beeldengroep van de Trevi fontein als klimrek. Dat is een van de verrassingen als je oude films kijkt. Gisteravond waren het Roman Holiday met Audrey Hepburn en Gregory Peck, en The way we were, met een piepjonge Robert Redford en Barbara Streisand. 50s en 70s romantiek op 1 avond. Extreem feel good, maar wat is er veel veranderd sindsdien. Zelfs de 70s zijn lichtjaren van de 21ste eeuw verwijderd. En dan heb ik het niet over de seksscenes, want die zijn er uiteraard niet of nauwelijks. Nee, ik heb het over die andere veranderingen, zoals het geplons in de Trevi fontein. Dat je in de 50s blijkbaar gewoon in de fonteinen van Rome mocht zwemmen, is iets wat ik misschien wel had kunnen bedenken, maar wat me toch verrast als ik het in beeld zie. Alledaagse dingen die gewoon waren toen, maar nu verboden of not done.

Roman holiday neemt je in prachtige zwart wit beelden mee naar een Rome met verweerde mannetjes; scheldende vrouwen, gekleed in het zwart; schilderachtige marktpleintjes, drukke straten, kortom het archetype beeld van een zonovergoten Italiaanse stad, zoals dat in ons collectieve geheugen is gegrift. Tot zover niets nieuws, totdat Peck aankomt bij de Trevi fontein vol met klimmende en zwemmende stadskinderen. Verbaasd spoel ik de film een stukje terug, ik geloof mijn ogen haast niet. Tegenwoordig ziet de fontein zwart van de toeristen. Bij het water komen is al lastig, erin gaan haast onmogelijk - gevaarlijk ook met al die muntjes die erin worden gegooid - en bij mijn weten verboden. Net zoals je niet meer in Griekse tempels mag komen. In de jaren 70 kon ik nog gewoon tussen antieke zuilen lopen, zelfs eraan voelen. Nu kan dat niet meer helaas. Cultureel erfgoed moet beschermd worden. Do not touch. Het is begrijpelijk, maar het voelt als een verlies.

The Way we were is meer van deze tijd met alle relatieproblemen, maar tegelijkertijd ook weer niet helemaal door alle mooie tijdsbeelden. De film begint in de 40s. Jurken, hakken, sokjes, militairen, keurig en braaf, maar Streisand heeft een poster van Stalin live size aan de muur. Als een held, als een soort Che is hij afgebeeld. Streisand en Redford zijn dan nog student, ze eindigen anderhalf uur later gescheiden en wel in de 70s, met de bekende Ban de bom posters, die ik ook in mijn kamer had hangen. In die ruim 25 jaar daartussen, waarin Redford en Streisand niet verouderen, zonder dat het me stoort overigens, leren de twee elkaar kennen, trouwen, want dat moest toen nog, en betrekken als onbekend schrijversechtpaar een beachhouse in California. Blijkbaar had je daarvoor toen nog geen miljoenen nodig. De zwangere Streisand zit heel aangenaam in een 70s broekpak op een veranda met prachtige zeegezichten wijn te drinken. Wat later ligt ze in bed te roken, haar dikke buik pontificaal in beeld. Het zijn haast schokkende, onverantwoorde beelden - so not done anno 2010.

Grappig hoe de publieke opinie in zo'n korte tijd wijzigt. En hoe alledaagse dingen snel ongewoon worden. Voor 9-jaar al helemaal. De 50s en 70s zijn voor hem echt een andere wereld. Wat is dat? vraagt hij geinteresseerd. Hij loopt langs en ziet op de film een zwarte telefoon met draaischijf en een snoer. Mijn opa hield de hoorn van zo'n zelfde telefoon een beetje angstig een halve meter van zijn oor - alsof er een hand uit dat nieuwerwetse ding zou kunnen komen - terwijl zijn achterkleinkind al geen idee meer heeft waar dat ouderwetse ding voor dient.

Tuesday, June 22, 2010

She said I am an angel

"She said I'm an angel."
Hij keek gelukzalig.
Hij keek zo blij dat ik het ook een beetje werd.
Het is ook fijn als je een groot compliment krijgt.
Zeker als het van de juf van de basisschool is.
Ik kan me de complimenten van toen niet goed herinneren.
Mijn meester wist vooral mijn bril te raken.
Niet mijn ziel.
In een rake gooi met de bordenwisser.
Klets, mijn bril op de grond.
Nooit noemde de meester me "engel".
Ik was natuurlijk ook niet lief.
Eigen schuld.
Ik heb sinds mijn 17de lenzen.
En met terugwerkende kracht,
als ik de blik van 9 jaar zie,
was ik ook graag een engel geweest.
"She said if the class was filled with boys like me,
she would have a room filled with angels."
Nee, de juf had het niet gezegd waar iedereen bij was.
Natuurlijk niet.
Bevreemd keek hij me aan.
Natuurlijk zou de juf hem niet voor gek zetten.
Daarna ging hij naar bed.
En maakte een schaduw-engel op de muur.
Geleerd van de juf.

Thursday, June 17, 2010

De Frozen Food Verkoper

Voor de deur staat een man.
Zijn witte bestelwagen staat naast mijn zwarte beetle geparkeerd.
Op zijn auto staan gouden letters.
Iets met veel e's en f'en gevolgd door co.uk.
De bedrijfsnaam ben ik alweer vergeten.
De man is in korte broek en gestreepte polo.
Hij wil me 'frozen food' verkopen.
Of hij een demonstratie mag geven.
Ik zie het gelijk voor me.
Hij gaat een diepvriesmaaltijd in de magnetron stoppen.
En die moet ik dan opeten.
Brrr.
Gelukkig heb ik geen magnetron.
En ik heb eigenlijk geen zin in eten.
En al helemaal niet in een demonstratie.
"Nee", lieg ik: "Ik moet zo weg."
Maar de man laat zich niet afschepen.
"Het kost maar 2 minuten."
Hij kijkt vastberaden.
En ik zwicht.
De demonstratie is anders dan ik me had voorgesteld.
Ik moet mee naar de bestelauto.
De achterklep gaat open.
En daarna gaan de sloten open van een enorme vrieskist.
In de kist liggen A3 formaat pakken met vlees en vis.
De man opent een pak zalm.
Wel 20 koude roze zalmmoten slaan wittig uit in de warmte.
De man roemt de kwaliteit van de vis.
En de smaak.
Of ik het verschil niet zie met al dat "frozen stuff" in de winkel.
Als ik niet gelijk iets zeg, vraagt hij of ik soms liever kabeljauw heb.
Of kip, want dat heeft hij ook.
En hup, 20 kippenpoten zien het daglicht.
Ik ben de beroerdste niet.
Ik wil best wat van de man kopen.
Maar ik denk aan mijn 3 kleine diepvriesladen.
Een zo'n doos en een la is vol.
En er zit al van alles in.
"Heeft u geen kleinere verpakkingen?", vraag ik.
Teleurgesteld staart hij me aan.
"Dat zegt nou iedereen", zegt hij.
"Niemand heeft meer een diepvrieskist."
Zijn nieuwe businessmodel openbaart zich aan me.
Maar wijselijk houd ik mijn mond.
Dit is niet het moment.
Hij kijkt nog eens naar mijn huis.
Overduidelijk vindt hij het huis groot.
Hij kan zich niet voorstellen dat er geen diepvrieskist inzit.
"Ik kom maar eens in de 12 weken langs", is zijn volgende troef.
Dat moet het hem doen.
"Prima kwaliteit", zegt hij nog maar eens.
Ik herhaal nog maar een keer dat ik zijn grote pakketten echt niet kwijt kan.
Dat ik online boodschappen doe en dat ze die iedere dag thuis bezorgen.
Gratis.
Dat is de nekslag.
Gewond kijkt hij me aan.
Hij zegt niets.
Met hangende schouders klapt hij de diepvrieskist dicht.
Ik voel me haast schuldig.
Een kleintje wordt weggeconcurreerd door de grote supers.
En ik laat het gebeuren.
"Dank u wel voor uw tijd", zegt hij mechanisch.
Een standaardzinnetje dat hij ooit geleerd heeft op de handelsschool.
Gevolgd door:"Enjoy the rest of your day."
En dan stapt hij in.
Mij bezwaard achterlatend.

Friday, June 11, 2010

Mme de Pompadour

Opvallend stil zijn alle kinderen in de Londense National Gallery. Was ik vroeger ook zo braaf tijdens museumbezoek? Volgens mij rende ik wel eens, of probeerde een gil in een kunsttempel. Gewoon om grappig te zijn, of van de zenuwen, omdat iedereen er zo stil is. Of om de boze reacties te zien van de volwassen bezoekers. Maar de Britse schoolkinderen die ik in de Gallery zie, wekken geen ergenis. In drommen lopen ze door het gebouw. Fluisterend. Net als de andere bezoekers. Het zijn miniatuurvolwassenen. Nepkinderen. Zouden scholen alleen de braafsten hebben gestuurd? Of krijgen de stakkers lijfstraffen?

In de zaal met Franse 18de eeuwse schilderijen zit een groepje kinderen op de grond. Ze kijken naar een doek met een grijze vrouw met muts en een hoepeljurk. Ze zit te borduren. Met vriendelijke appelwangetjes kijkt ze op haar jonge publiek neer. De kinderen zijn een jaar of 8. Ze zwijgen en lijken oprecht geinteresseerd in wat de gids over de dame te vertellen heeft. Wat een geluk heeft die man. Geen game, niets wat beweegt, alleen een statisch beeld van een hoepeljurkmevrouw met strikken. Maar de gids compenseert. Als een danser beweegt hij voor het schilderij, almaar wijzend. Als ik dichterbij kom hoor ik hem vragen:

"Who do you think this woman is?" Ik zie de kinderen denken. Wie is in godsnaam dat rare mens met die strikken op haar jurk? Desondanks blijft het stil. Geen rumoerige discussie volgt, zoals ik dat ooit gewend was. De gids helpt de kinderen op weg."This is the girlfriend of the king. Do you know the name of the French king?" De kinderen komen los. "Noooo", roepen ze in koor."His name was Louis. And do you the name of his girlfriend?" Weer volgt er een welgemeend "Noooo". "Her name was Mme de Pompadour." Geen reactie. Beleefd zwijgend nemen de kinderen de informatie tot zich.

De gids vervolgt: "The king and Mme Pompadour were not always friends. After a while they split up." Verrast luister ik mee. Niet een voor de hand liggend onderwerp om met 8-jarigen te bespreken in een museum. Meer volwassenen blijven staan om te luisteren. Maar de gids vervolgt onverstoorbaar: "Do you know what that is: split up?" Hij buigt naar voren voor een antwoord. De kinderen knikken. "Yeees"' klinkt het dit keer.

De gids vertelt verder: "Mme de Pompadour could keep everything after she split up with the king. Louis said to her, that she could keep her house, give her parties en meet her friends. Just like she always had done. He said to her: I'll make sure you never, ever have to work again. Would you like that? Never work again?" Interessante vraag. "Yeees", klinkt het uit de meeste monden. Maar een paar kinderen zijn het er niet mee eens. Wat ze zeggen versta ik niet. Maar het antwoord van de gids wel: "No, you don't have to sit on your chair all day if you don't work. Mme de Pompadour is just sitting there because she's posing for the picture."

En dan wil ik stiekem een foto nemen: het aardige moment vastleggen. Dat mag wel niet, maar een mens mag zoveel niet. Snel een achteloze snap shot met de iphone - het ding lijkt niet eens op een fototoestel. Maar meteen voel ik een hand op mijn schouder. "No pictures, madam", zegt een suppoost streng. Hij wijst naar de bordjes met niet fotograferen. Ik voel me betrapt. Krijg haast een kleur. Verwijtend lijken de kinderen naar me te kijken. Altijd weer die asociale volwassenen, denken ze. Of verbeeld ik me dat nou maar.

Monday, March 08, 2010

Huis kopen in Engeland

Een huis kopen in Engeland valt nog niet mee. In de UK krijg je niet zomaar een 100% hypotheek. Nee, eerst 10% van de koopsom op tafel leggen. Sparen is hier het motto. En dat is na de recessie op zich geen gekke gedachte, maar wel een beetje jammer. Dus blijmoedig schudden P. en ik onze spaarpot leeg. We hebben de laatste jaren in het buitenland zowaar gespaard, genoeg voor een 10% aanbetaling. Dus dat leuke huis was voor ons, dachten we. Maar dan krijg je te maken met een woekerrente van bijna 5% en een aflossingsdeel, waardoor je voor een opknapper van minder dan 100 vierkante meter aan de geeuwhonger gaat. Doe dan maar een interest only hypotheek, stelden we voor. Maar dat kon zomaar niet. Daarvoor moet je 15% aanbetalen. En geld erbij lenen voor een verbouwing kan alleen tegen een nog hogere rente, of je leent bij je familie, zoals iedereen dat hier doet, vertelden vrienden ons. Zucht. Dus enigszins beschaamd bij familie langs om onze 10% op te rekken naar 15%, maar nog steeds waren we er niet. Over de koopsom komt nog eens 3% stamp duty en notaris- en verhuiskosten, en die mogen niet in de hypotheek. Ook hier geldt: zelf betalen. Hoe al die Britten een huis hebben is een godswonder. Eind van het liedje was dat we het hele huizenkoopverhaal maar even in de koelkast hebben gestopt. We gaan goedkoper huren, meer sparen en denken aan NL met zijn 110% interest hypotheken - of kan dat tegenwoordig niet meer? - en renteaftrek! Britten geloven hun oren niet als je dat vertelt: "Wat doe je nog hier?" Tja,.....

Thursday, December 03, 2009

Tandenknarsen

Jarenlang, wat zeg ik, zo ongeveer mijn hele leven al, knars ik tanden. Ik schijn het hard in mijn slaap te doen. Maar niemand heeft daar eigenlijk over geklaagd. Het is blijkbaar niet zo erg als snurken. Overdag betrap ik me ook wel eens op zacht knarsen, als ik druk aan het werk ben. Maar last heb ik er verder niet van. Tot mijn nieuwe Britse tandarts vroeg of ik deed aan teeth grinding.

"Ja", zei ik verbaasd. "Hoe weet je dat?" "Nou, je tanden zijn afgevlakt", zei ze. Schrik! "En je kiezen achterin gaan eraan." Een heeft al een kroon en de ander moest gevuld, want hij was gebarsten. "Dat komt door de druk die je op je tanden zet met dat knarsen", legde de tandarts uit. "Als je zo doorgaat zijn al je kiezen over een jaar of twintig helemaal afgesleten." Ik zag me al voor me met afgesleten stompjes in mijn mond. "Kan ik dat niet voorkomen?",vroeg ik benauwd. Ja, dat kon.

Als ik 's nachts een mouth protector in mijn mond zou dragen, zou het helemaal goed komen. Braaf hapte ik in een kleiklomp met mintsmaak en een week later kreeg ik mijn protector mee. Een doorzichtig soort rubberen ondergebit dat over mijn ondertanden moest 's nachts. Thuis probeerde ik het en deed het binnen een minuut kokhalzend weer uit. Dat was niks voor me. Vreselijk.

Ach zei A., gewoon lekker blijven knarsen, over 20 jaar laat je gewoon neptanden inschroeven. Nu is dat natuurlijk het best als je een gebit moet. Maar ik wil geen neptanden als het niet nodig is. Nep geeft uiteindelijk altijd problemen. Dat zie ik bij mensen met stifttanden, nieuwe heupen en bortsinplantaten. Altijd ellende, en als het geen ellende geeft, dan doet het wel heel erg veel pijn om het te laten plaatsen. En ook daar hou ik niet van, van pijn. Het antiknarsgebitje grijnsde gemeen naar me.

Het gekke is dat ik me sinds het tandartsenbezoek enorm op knarsen betrap. Onder werk, in de auto, overal. Het zal wel psychisch zijn, of zou het komen door de nieuwe vulling achterin mijn mond? Anyway, nu heb ik dus wel last van mijn knarsen, want ik krijg er pijn van in mijn tanden. Dus hup dat gebit in. En het went, ook al is het niet geil om zo'n ding in je mond te moeten steken. Wel verlies ik het 's nachts. Gelukkig houdt P. onvoorwaardelijk van me, zegt'ie. Hij vond mijn gebitje al op zijn borst, onder zijn rug en verder overal waar het niet hoort te zijn.

Volgens de tandarts is dat niet erg om je gebitje te verliezen. Knarsen schijn je het meest te doen aan het begin van de nacht en als je vervolgens ontspant valt je gebit uit je mond. Mijn god, wat een voorland, vandaar dat mijn vader zijn kunstgebit in een bakje doet voor het slapen gaan. Het is allemaal niet erg sexy, en ik heb niet gecontroleerd of het verhaal van de tandarts waar is. Misschien is het wel dikke onzin, maar goed, wel heb ik er door mijn hulpstuk er een heel ander probleem bij.

We liggen 's nachts niet alleen in bed. Er zijn ook twee honden en laten die nou toch erg geinteresseerd zijn in mijn nieuwe antiknarsdevice. Tot nu toe gaat het goed. Wel zag ik grote hond er vandoor gaan met mijn fluoriserend roze gebittenbakje. Maar als hij het te pakken krijgt zonder dat ik het zie, of als hij alleen het gebitje pakt, dan is het mis. Tegen zijn knarsen en kauwen is geen bal, speeltje, bakje, laat staan een gebitje bestand.

Tuesday, November 10, 2009

D-Day in the UK - Opa is een Held

"Did you know that E.'s great grand dad fought on the beach during D-Day?"
8-jaar heeft history les.
Morgen 11/11 is het Remembrance Day.
Iedereen draagt weer poppies.
"E.'s great grand dad died on that beach."
"In Normandie?" vraag ik.
"Ja, dat denk ik," zegt hij en vervolgt weer in het Engels:
"Later they've searched for him. He's never found, but with a metal detector they found his rifle on the beach,"
"Hoe wisten ze dat het van hem was?" vraag ik.
"His name was engraved."
"O ja, dan is het duidelijk."
"And T.'s great grand dad saw E.'s great grand dad on the beach."
"Goh, wat een toeval dat ze daar samen vochten."
"T.'s great grand dad was above the beach in a plane with bombs."
"Juist," zeg ik en bedenk hoe anders WOII wordt beleefd in de UK in vergelijking met NL. NLse opa's waren slachtoffers, Britse opa's stoere strijders.
"Heb jij ook iets verteld over de oorlog?"
"Yes, how oma almost was arrested because the Nazi's thought she was a Jewish girl. She was saved by a neighbor, right?"
Verbaasd knik ik.
Dat hij dat verhaal wist.
"And opa crossed a river to escape the Nazi's, while they were shooting at him."
Voor 8-jaar deed zijn opa niet onder voor die vechtende Britse great grand dads, zoveel was wel duidelijk. Niks slachtofffer, opa is een held.

Monday, November 09, 2009

Credit Card dief

Terwijl ik beter zou moeten weten, want hoog opgeleid met baan over salarissen, ben ik slordig met creditcards. Gewoon vanwege al dat saaie papierwerk, kaartjes, rekeningnummers en dat verspreid over meerdere landen. En dat geeft een hoop gedoe. Laat ik een paar voorbeelden geven.

Pas heb ik mijn nieuw verworven creditcard in een onbewaakt ogenblik in de vuilnisbak gegooid, gewoon omdat het ding tussen een stapeltje papier zat dat wegmoest. Net zoals ik het eigendomsbewijs van mijn auto in de vullis heb gemikt, omdat de Amerikaanse title eruit zag als een reclamefoldertje. Ik heb nog een creditcard van een NLse rekening maar omdat ik hem te weinig gebruikte, is hij zonder dat ik er erg in had expired, erg onhandig nu ik bijna zonder P. naar het buitenland ga. En van P.'s Engelse rekening heb ik nog geen creditcard, omdat ik geen salaris laat storten op zijn Britse rekening en omdat je hier als salarisontvangende buitenlander met rekening, zoals P., niet zomaar een joint account kunt aanvragen. In Amerika kon dat ook niet. Pas na een half jaar kan dat, in de UK duurt dat langer, een jaar.

Echt storen deden we ons daar niet aan. Ik gebruikte gewoon P.'s kaart in de supermarkt. Ging bijna een jaar goed, totdat de pin een keer niet werkte. Moest ik me legitimeren, maar omdat P. en ik, ondanks huwelijk, andere achternamen hebben - heel vreemd en verdacht, vond later de manager van de supermarkt - klopte mijn ID niet. Ik zag de kassamevrouw naar me kijken. Ik was een dief, ze had een echte dief te pakken. De manager kwam erbij en toen 2 agenten. De deuren van de supermarkt gingen op slot. Stel dat ik zou wegrennen. En de rij bij de kassa keek toe, zwijgend en afkeurend. Nieuwsgierig ook. Zo zag dus een dief eruit. Een gewone mevrouw met boodschappentassen. Op mijn verzoek - ik voelde me toch wel erg opgelaten - werd ik afgevoerd naar een kamertje op de eerste verdieping. Niet dat het rustig was daar, want het was naast het koffiehok van het supermarktpersoneel. Iedereen kwam koffiedrinken en kijken, naar mij, de dief, want zo voelde ik me inmiddels ook. De politie belde P., hoort deze mevrouw bij u? Ze trokken ook mijn ID na, en zo waren ze er vrij snel achter dat ik geen dief was, maar dat mijn verhaal klopte. Ik had de creditcard van mijn man gebruikt, maar de manager van de supermarkt rook bloed. Hij ging banken bellen, ook van een NLse rekening die ik niet had gebruikt, maar bij vermeende dieven is alles gerechtvaardigd vond hij. Dat het Nederlandse nummer niet werkte, was niet in mijn voordeel vond hij - must be a fake card - hij was vergeten 0031 te bellen, maar dat begreep hij niet en ik wilde het hem zeker niet uitleggen. Maar met de Britse kaart haald hij zijn gram, die werd zomaar geblokkeerd door de bank, zonder P. daarover in te lichten.

Nu kun je in de UK je kaart zelf weer deblokkeren in een speciale automaat binnen het bankgebouw. Het was gelijk een mooie aanleiding om een joint account aan te vragen. We wonen tenslotte een jaar in de UK. Maar voor een Britse joint account heb je wel weer een utility bill nodig als bewijs dat je hier echt woont. Wat vreemd is als je paspoorten, trouwboekje en van alles kunt overhandigen. Een utility bill is het enige dat telt. Spelden ze bij British Gas natuurlijk mijn naam verkeerd, waardoor dat eerst moest worden rechtgezet, voordat de bank mij wilde accepteren, zodat de hele aanvraag uiteindelijk een maand heeft geduurd. Maar als het goed is heb ik volgende week eindelijk mijn eigen Britse creditcard. Nu maar hopen dat ik hem dan niet weggooi.

Tuesday, September 29, 2009

Catamaran Man

De zee lag lager dan het strand.
Alleen het hoofd van de man was zichtbaar
En zijn armen.
Niet zijn benen en voeten.
En daar gebeurde het.
Iets met een draad.

Hij moest een visser zijn.
Weliswaar een zonder hengelstok,
Maar met een draad.
Zoals je kinderen wel ziet doen
In Mediterrane landen.

Toch klopte het beeld niet.
Anders dan bewegingloze vissers,
Rende de man heen en weer.
Moeiteloos trok hij zijn draad
Achter zich aan.

Twee vrouwen liepen het stille strand op,
Een klein kind tussen hen in.
Oma, moeder en kind?
Zijn kind?

Ze riepen naar draadman.
Hij keek even op
En toen snel weer weg.
Alsof hij ze niet wilde horen.

Hij rende weer langs de zee
Als een stout kind.
De wind in zijn haren.
Zijn blik naar den einder.

Weer riepen de vrouwen
En hij gaf zich gewonnen.
Langzaam rolde hij zijn draad op.
Toen hij weer rechtop stond
Hield hij een miniatuurboot vast,
Een houten catamaran.

De vrouwen draaiden zich om.
Ze liepen weg voordat hij bij ze was.
Hij liep ook niet zo snel.
Zijn draad was nu zwaar.
Hij slofte haast.
Hoofd gebogen.

Door het mulle zand,
Achter de man,
Kliefde moeizaam
De catamaran.

Thursday, September 24, 2009

Werkman

"Kijk daar loopt een werkman."

8 jaar wijst naar een strakke dertiger.
Glad geschoren, krijtstreep, das.
Laptoptas, telefoon aan oor.

Een werkman!

Mijn 8-jarige werkmansbeeld was anders.
Meer van het type bouwvakker.
Handige gereedschapsbroek, stevige stappers, trui.
Beetje vuil geklust, ruikend naar buiten en olie.
Mannen in pak zag ik weinig.
Hooguit op zondag.

Het zondagse pak
Is nu een werkmanspak.

Monday, July 27, 2009

Siciliaanse Maffiapraktijken

We wilden gaan eten, maar het was nog belachelijk vroeg. Dat krijg je als je met 8 jaar een dag hebt gezwommen en rondgelopen in een oude stad. Alle terrasjes in ons Siciliaanse dorp waren nog akelig leeg. En het was nog licht. Overal waren obers nog tafeltjes aan het dekken. Behalve op dat ene terras.

Het lag in een nis vlak naast de boog van een oud gebouw, begroeid met bougainville. Diep paars en prachtig. De gele kleedjes lagen uitnodigend op de tafeltjes en de verse vis lag al in de vitrine. De obers waren te formeel gekleed voor het dorpse eethuisje, maar ze probeerden ons niet naar binnen te sleuren. Ze waren fijn vriendelijk correct, zoals een ware ober hoort te zijn. En wat ook fijn was: er zat al een man aan een tafeltje, we zouden daar gelukkig niet alleen zijn, want zo kinderachtig ben ik soms, P. heeft daar geen last van. Tevreden zochten we de beste tafel uit, met zicht op alles en iedereen.

De man bleek een lok-eend. De strak in oberpak gehesen mannen hadden niet veel met hem op, maar wel de grauw pafferige man met een buikje in een slonzige streepjespolo. Hij moest de baas zijn van het etablissement, want hij gaf druk gebarend orders aan de obers, liep af en aan, zonder dat hij in onze ogen veel deed. Hij zag er zorgelijk uit. De man aan het tafeltje leek zijn vader te zijn. Als de zoon onderweg was van A naar B hadden ze steeds korte gesprekken. Hun gezichten stonden dan ernstig. Maar als hij alleen was, zette de vader zijn zorgelijke masker af en leek hij tevreden aan zijn wijntje te nippen. Hij was oud en vervulde zijn lokfunctie met verve.

We waren niet de enigen die vroeg wilden eten in een restaurant waar al iemand zat. Waar andere terassen nog leeg waren, was het onze binnen een half uur zo goed als vol en moest de vader plaatsmaken van de zoon. Met moeite stond hij op, pakte zijn stok, waaraan een haakje zat en aan dat haakje hing hij een zak pis. P. gruwde ervan. Uit vaders gulp stak een catheter, en daarop aangesloten zat een volle plaszak, wat allemaal onzichtbaar was toen hij nog aan een tafeltje zat. De mensen die zijn tafel wilden innemen keken bedenkelijk naar de zak. Niet zo fris nee, maar ja, het tafeltje dat de oude man vrij maakte, was het enige vrije tafeltje op het enige gevulde terras in het dorp. Het restaurant moest dus goed zijn. En dan zeg je geen nee tegen de tafel van een dubieuze voorganger. Ze gingen zitten.

De oude vader schuifelde naar binnen. Daar was het leeg, touristen willen nu eenmaal buiten zitten. De buikige zoon in het polostreepje bleef nerveuzig af en aan lopen, in schril contrast met zijn onverstoorbare en erg correcte obers. Een grote tafel werd vrijgehouden op het terras. Nee, u kunt daar niet zitten, gereserveerd. En toen kwam een grote glimbak voorrijden. Twee patsers stapten uit met drie opgeverfde vrouwen in te korte rokjes. Voor hen was de tafel bestemd. De zoon schoot toe om met stoelen te helpen, wijn aan te rukken. Vader hing weer even zijn zak aan de haak om naar de deuropening te schuifelen en te groeten.

Het terras had ineens een andere sfeer. Het nieuwe vijftal viel uit de toon, ze waren overdressed en luidruchtig. Vis werd besteld, veel vis en toen het op tafel kwam, liep een van de mannen naar binnen. En omdat ik op de plek zat waar ik alles en iedereen kon zien, zag ik dat de zoon een rol bankbiljetten overhandigde aan de patser. Vader en zoon keken haast onderdanig, nerveuzig, terwijl de blaaskaak vrijwel zonder te bedanken het geld aanpakte. Toen hij het terras weer opliep, stopte hij het bundeltje geld achteloos in het borstzakje van zijn hemd.

Maffia flitste het door mijn hoofd. Natuurlijk zie ik te veel films, maar dit had een scene uit de Godfather kunnen zijn. En Sicilie zit nog vol maffia. Mijn opwinding maakte snel plaats voor een ander gevoel. Arme buikige streepjespolozoon. Hij vuurde zijn obers aan om snel, snel tafels weer af te ruimen en te dekken zodra mensen opstonden. Er was geld nodig. Veel geld voor blaaskaak en trawanten. Grauwbleek glimlachend bediende hijzelf de patsertafel, waar luidruchtig nog meer vis werd besteld. Zouden ze ervoor betalen? De oude vader staarde mistroostig naar buiten, zijn plaszak lag naast hem op de grond, vergeten.

Friday, May 08, 2009

Multitasken

'..als jij nou de hoes over mijn handen trekt, ja zo......hier heb jij ook een punt, dan schudden we hem er helemaal overeen...., nee, het lukt niet helemaal, pak even de onderste punt, dan draaien we hem om, of wacht, pak eerst even mijn bovenste punt erbij, dan....wat doe je nou?'
'Ja zeg, nou snap ik het niet meer, ik ben een man hoor en dit is multitasken.'
Uiteindelijk hebben we het toch weer voor elkaar gekregen.
Om ons multi kingsize Amerikaanse bed op te maken.

Thursday, April 23, 2009

Martin Bril

Martin Bril is dood.

We lagen op bed gisterenavond toen P. dit verdrietige nieuws oplas van zijn iPhone.

De dag begint voor mij altijd met een aantal favoriete blogs, de column van Bril is daar een van. Het was me al opgevallen dat er op martinbril.nl al ruim een week geen nieuw stukje was geplaatst. Ik wist dat hij ziek was. Toch kwam het nieuws van zijn dood als een schok, niet zo heftig als bij het bericht van een overleden familielid, maar toch als een schok.

Nu is er een condoleanceregister op Brils site. Dat is naar, maar goed dat het er is voor Brils vrouw en kinderen, alleen had het condoleren van mij op een andere plek gemogen. Gelukkig is er nog het Volkskrant archief met verzamelde columns.

Mijn favoriete stukje is de 'oude meneer' . Het zit vol met typisch brilliaanse weemoed, details en scherpe observaties, waardoor de oude man in mijn geheugen is gegrift.

Vijf jaar lang zag Bril de oude meneer midden in zijn kamer zitten als hij op straat liep, "in een grote stoel, recht tegenover een oud televisietoestel. Vaak stond het ding aan, maar nooit keek mijn meneer ernaar. In plaats daarvan dommelde hij. Het hoofd geknakt op de borst."

Toen meneers kamer in het verzorgingshuis werd leeggeruimd sprak Bril de mensen die daarmee bezig waren aan. Het waren kennissen van de meneer. De oude man was overleden. Hij was balletdanser geweest. "Dit brak mijn hart", schrijft Bril. "Een balletdanser die zo aan zijn einde moest komen. Zou hij zich het podium, de geur van de coulissen, de opwinding en spanning in de kleedkamers nog hebben herinnerd?"

Een stukje verder vervolgt hij:"Al voor de Tweede Wereldoorlog moet mijn meneer op de planken hebben gestaan. Niet te bevatten, eigenlijk. Want het leven van een danser is per definitie kort. Dat is nu zo, en zal toen ook zo zijn geweest. Bij dertig houdt het op. Maar mijn meneer had toen nog vierenzestig jaar voor de boeg. De laatste jaren zullen het langst hebben geduurd."

De meneer leeft op een mooie manier voort dankzij Bril. Door zijn stukje ben ik op Wikipedia gaan kijken wie de meneer nu eigenlijk was, Johan Gerrit Mittertreiner, "de naam voor een romanpersonage van Joseph Roth", aldus Bril.

Dankzij hem zal ik de oude meneer niet snel meer vergeten. Net zoals veel onderwerpen van zijn stukjes. Denk aan'rokjesdag', en zijn beschrijvingen van het Franse leven, waar ik op zich niet direct iets mee heb, maar toch mooi vind door zijn ogen. En Simenon prijkt door hem toch onverwacht op mijn lijstje van auteurs die ik nog wil lezen.

De oude meneer ging slechts twee maanden voor Bril dood.

Dank je wel Bril voor al je prachtige stukjes.
Ik zal je missen.

Tuesday, April 14, 2009

Grasmaaien met honden

Britten houden van geschoren gazonnetjes. Ik had er nooit zo over nagedacht, maar hier moet ik wel, want we hebben een kwart voetbalveld waar iets mee moet. Vorig jaar hadden we daar een onwillige tuinman voor. Dit jaar bedacht ik dat ik het zelf wel kon doen. In plaats van de sportschool ging ik maaien, want dat had massa's voordelen hield ik mezelf voor. Gezond buiten, topsport in de tuin, de extra kilo's zouden snel verdwijnen, geen gedwongen samenzijn meer met de tuinman, iedere maand 125 pound uitgespaard, en de honden waren ook gelijk lekker buiten. Hoe meer ik erover dacht, hoe geweldiger ik mijn plan vond. Alleen hadden de honden natuurlijk een bovenmatige aandacht voor mijn maaier. En omdat dat niet mocht, gingen ze overal graven en toen dat niet mocht, gingen ze eindelijk rustig liggen, dacht ik. Next time I looked up: geen hond meer te bekennen. Weg. Ze waren niet binnen, niet in de tuin. Shit. Waar waren ze? Ik zag gelijk de aanplakbiljetten van verdwenen honden voor me. 'You should chip your labradoodle and mark his collar that he's chipped, he's so beautiful', was me pas nog verteld. Ik zou het gaan doen, maar het was te laat, te laat, jammerde het door mijn hoofd. Wat moest ik 8-jaar vertellen als hij terugkwam van opa en oma in NL? Dat zijn favoriet was verdwenen omdat ik te druk was met grasmaaien. Ja, mama wist prioriteiten te stellen. Ineens zag ik de teckel de achtertuin inkomen. Gelokt door mijn schreeuwen van haar naam, maar de grote hond was nog steed weg. Al wel tien minuten en wie weet hoeveel langer. 'Zoek, zoek,' zei ik tegen de snel aangelijnde teckel. Ze snuffelde wat aan de grond en keek me niet begrijpend aan. Dus zocht ik, eerst links de weg af, niks en toen rechts en weer rechts en toen zag ik ineens een grote zwarte hond in een tuin liggen. Mijn hond. Hij kauwde op een bal. Drie kinderen zaten om hem heen. Hij lag erbij, alsof hij thuis was. Hij keek eens naar die neurotisch roepende, bezwete vrouw met teckel met een blik alsof hij zeker wist dat hij niet bij dat gestoorde troepje hoorde.

Sunday, April 12, 2009

Extra kilo's, wat te doen?

Die extra kilo's, ik dacht altijd dat ze je tussen je dertigste en veertigste zouden lastig vallen, maar ze bleven weg. Ik was eeuwig jong, altijd slank, kon altijd alles eten, maar tien jaar later, vorig jaar in de VS hadden ze me toch te pakken. Niet alle kleren zaten even lekker en bij mijn moeder op de weegschaal in NL - uit liefde voor mezelf doe ik niet aan weegschalen, hoewel ik het misschien nu zou moeten overwegen - zag ik plus 4 kilo. Dat is nog altijd geen ramp, want andere mensen vinden me nog steeds slank, ook P. gelukkig. Maar ik vind het niks. Die extra kilo's zitten als een band rond heupen en buik. Kilo per heup, twee kilo buik. Toch geveld door de leeftijd? Of het Amerikaanse eetpatroon? Maar ze gaan er in de UK niet af. Vorige week zag ik mezelf in de spiegel van het zwembad, brr een walrus in badpak vond ik. Niet fraai. Dus, wat te doen. Minder eten en niet meer drinken, want al die glaasjes wijn doen de heupen geen goed. Het hardlopen oppakken is een overweging, maar ik moet al een uur per dag buitenlopen met 2 honden en ik moet ook nog werken en socialiseren en nog veel meer. En de teckel kan niet zo lang hardlopen op die korte beentjes, dus het moet echt van minder eten en drinken komen. Niet dieten, dat is ook weer onzin, maar gewoon niet meer drinken door de week - god weet hoe moeilijk dat is, want al veel vaker zonder succes geprobeerd - niet meer snoepen, minder boterhammen, geen pindakaas en chocopasta uit de pot likken onder het werk, want dat is natuurlijk nadelig in deze, thuis werken met al het lekkers onder handbereik. Misschien moet ik dan toch maar een office huren om die 4 kilo's kwijt te raken.

Tuesday, April 07, 2009

Gaslek

Drie weken geleden stond er een man voor de deur, die vroeg ik of ik had gebeld voor de gaslucht in de straat. 'Nee," zei ik. 'Maar uw adres is doorgegeven', zei de man. Op zijn jasje stond dat hij van British Gas was. 'Nee, ik was het niet,' zei ik nog maar een keer. Misschien waren het de buren.

's Avonds zei P. dat hij wel eens gas rook voor onze oprit, maar hij had niet gebeld naar British Gas.

Ons huis ligt aan de A25, dat klinkt als een doorgaande weg, en dat is het ook, maar dan van het formaat dat je in NL als polderweggetje zou omschrijven, wel een heel druk polderweggetje, dat dan weer wel. Naast de weg ligt een voetpad, waar wij altijd overheen moeten rijden om bij ons huis te komen en ons huis ligt zo'n dertig meter van het voetpad, waaronder zich naar nu blijkt een mogelijk gaslek bevindt.

Drie dagen later stapte ik uit bed, en hoorde gedril. Door het raam zag ik dat drie bouwvakkers de geasfalteerde stoep voor mijn oprit opendrilden. Binnen een minuut was ik aangekleed buiten. 'Hoe moet ik nu weg met mijn auto?',vroeg ik. Dat was allemaal geen probleem, als ik weg wilde zouden de mannen het gat even afdekken. Ze waren eveneens van British Gas.

"Waarom maken jullie dat gat eigenlijk?", wilde ik toen weten. Ze waren op zoek naar en gaslek, vertelden ze. Dat klonk zorgelijk vond ik. 'Kan dat gaslek kwaad voor mij en mijn geliefden?', wilde ik weten. Ik zag ons al in vuur en vlam opgaan, als een voorbijganger een sigarettenpeuk zou weggooien voor onze oprit. Nee, zeiden de mannen, en ze kwamen met een fijne theorie. 'Het lek lag open, dus het gas kon zich verspreiden en dan was het niet gevaarlijk. Een in de straat opgepropte gasbel zou pas gevaarlijk zijn.'

Een dag later lag het gat er onaangeroerd en afgedekt bij, omringd door rood wit gestreepte waarschuwingspaaltjes. Een hele week gebeurde er vervolgens niets, totdat de British Gas mannen er vorige week ineens weer waren. Met excuses voor het gat, ze hadden een spoedklus elders gehad.

En wij waren geen spoedklus met een gaslek?

'Is het lek nu gevonden?', vroeg ik belangstellend, toen ze met rood aanlopende hoofden de stoep met platen afdekten, toen ik met de auto wegwilde - vandaag is er een tweede gat gedrild voor mijn oprit. 'Nee, dat kon nog lang duren, het lek kon wel bij het restaurant een paar honderd meter verderop zijn.' 'Maar waarom dril je dan voor mijn huis de straat open?', vroeg ik. 'Omdat het gas hier naar de oppervlakte komt.' zei de man en zijn verhitte gezicht dulde geen tegenspraak.

Wordt vervolgd

DVLA-bitch

Een half jaar geleden nam ik mijn pracht new beetle mee vanuit de VS naar de UK. Eindelijk had ik eens een nieuwe afbetaalde auto die ik al heel lang had willen hebben. Verschepen bleek goedkoper dan een vergelijkbare auto kopen in de UK, dus reed ik superstoer met mijn Amerikaanse kentekenplaten door de Engelse countryside. Leuk om onder Obama als nepamerikaan in de UK te zijn vond ik, tot ik erachter kwam dat de politie een nog niet Brits geregistreerde auto, waarvoor dus geen belasting is betaald, mag innemen en vernietigen. VERNIETIGEN, zijn ze helemaal gek geworden. Dat is een wel erg strenge straf, voor iemand die best belasting wil betalen. Maar dat gaat zomaar niet. Eerst moest het kevertje aangepast worden aan de Britse verkeerseisen. Niet dat daarmee je stuur naar de rechterkant van je auto wordt geplaatst, nee het is meer een keuring of je lichten wel goed op de weg schijnen als je aan de linkerkant rijdt. En natuurlijk moet je een mistlamp hebben - tja, foggy England - aan de juiste kant van je vehicle. Alles bij elkaar kostte de keuring plus de aanpassingen - heb nu een lelijke mistlampknop op mijn eens zo strakke dashboard - een slordig 400 pond. Maar ok, dat is nog altijd goedkoper dan een auto kopen in Engeland. Toen kwam de registratie, waarvoor een hele papierwinkel nodig is, waaronder het eigendomsbewijs van de auto, de title. De eerste had ik in de VS in de vuilnisbak gegooid, omdat ik dacht dat het een raar advertentieding was. En de tweede heeft misschien wel een zelfde lot gehad, maar we hebben nog altijd een kopie met stempels. 'That's not good', zei de mevrouw van DVLA toen ik voor de tweede keer aan haar loket in Wimbledon kwam. Wimbledon is een uur met de trein, want die ellendige administratie kan niet per post en dichterbij is geen kantoor. De eerste keer dat ik ging had ik de title niet bij me want ik had niet goed de kleine letters gelezen. Ze vertelde me toen dat ik de title moest hebben en ook mijn verzekeringbewijs. O ja, die kopie is prima zei haar collega, alvorens ik na het trekken van een nummer ruim een half uur moest wachten. Maar het kreng dat me herkende van de vorige keer vond van niet. 'But your colleague said..', ging ik in de aanval. Spinnig keek ze me aan. Mijn verzekering was ook niet orde. Had niet op de US license plates gemogen, maar alleen op het chassisnummer. Dat had ze me niet gezegd, stond niet in de manual voor autoregistratie en haar collega vond het een half uur geleden prima. Maar er viel niet met de bitch te praten. En haar collega zag ik niet meer, hij durfde zeker niet met haar in discussie, bang voor zijn baan. Nog steeds ben ik kwaad erom en inmiddels ook wat wanhopig, want die verzekering op het chassisnummer zetten is snel geregeld, maar ik moet ook nog een originele title zien te krijgen, of een stamped lettre van de manufacturer van de Beetle. Wat die stamped lettre moet bewijzen weet ik niet. Toch niet dat ik de eigenaar van de auto ben, want dat weet die manufacturer toch ook niet. Geluk bij een ongeluk is dat beetles nog gewoon worden gemaakt, wat je vandaag de dag niet meer van alle auto's kunt zeggen. Maar kut is het wel. Heb ik een prachtautootje staan, mag ik er niet in rijden. En wanneer het wel kan, is onzeker. Als het aan de DVLA-bitch ligt nooit ben ik bang.

Friday, March 20, 2009

Billenknijper

P. was de jongste man in de kroeg.
En ik de oudste vrouw.
Lokatie: financial district London.
Gemiddelde leeftijd mannen: 55+
Gemiddelde leeftijd vrouwen: 35-
Nou vond ik dat ik niet moest zeuren.
Ik was er ook met mijn groene blaadje:-)
En na veel witte wijn verdween mijn kritische blik.
Liefde zag ik overal op de dansvloer ontstaan.
Ware liefde.
Tussen een Naomi Campbell typje,
en een kalende kleine man die haar vader kon zijn.
'Helemaal verliefd, die twee', zei ik tegen P.
Hij keek naar Naomi.
'Wat kun je toch naief zijn', vond hij.
'Ze heeft al twee keer zachtjes in mijn billen geknepen.'

Friday, March 13, 2009

Red Nose Day

Toeval bestaat niet zeggen ze.
Gisteren vond ik een knuffel-Rudolph het Rendier.
In stukken gescheurd in het bos.
Zijn rode neus was weg.
En laat het nu vandaag Red Nose Day zijn.
Een Engelse inzamelingsdag voor het goede doel.
Onder het mom: Do Something Funny for Money.
En dat op vrijdag de 13de.
Het schooluniform van X. mocht vandaag in de kast.
Alle kinderen mochten in het rood naar school,
een pound mee voor het goede doel.
Compleet met roodgeverfde haren.
En natuurlijk een rode neus op.
De neuzen waren al weken te koop in de supermarkt.
Een clownsneus met een smiley face.
Gepromoot door Jamie Oliver.
Het leek wel carnaval.
Zelfs het meer dan manshoge lelijke hanenstandbeeld in Dorking,
draagt een rode neus.
Toen ik het zag,
werd ik op slag een beetje vrolijk.

Thursday, March 12, 2009

Rudolph verscheurd

Het is 13 graden.
Bleek zonnetje.
Mijn winterjas mag thuisblijven.
Licht doe ik mijn hondenuitlaatrondje.
Totdat ik op een kerstmuts stap.
Een kleintje.
Even later volgen een groen/rood gestreepte sjaaltje
en een in stukken gereten knuffel.
Vulling steekt uit de kapotte romp.
Poten en kop liggen elders.
Aan de kop bungelt nog een stukje gewei.
Het is Rudolph die hier is verscheurd.
Kapok steekt uit de rafels
waar eens zijn rode neus moet hebben gezeten.
Wat een wrede manier om aan te kondigen
dat de winter voorbij is.